ECLI:NL:HR:2025:1991
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan op het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat Bartels niet had voldaan aan de verplichting om griffierecht te betalen. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief was afgehaald, maar het griffierecht was niet betaald. Op 6 oktober 2025 kreeg Bartels opnieuw de gelegenheid om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop werd geen gebruik gemaakt. Gezien deze omstandigheden oordeelde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en werd openbaar uitgesproken op dezelfde datum.