ECLI:NL:HR:2025:1993
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft Bartels Consultancy B.V. (hierna: Bartels) beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. De Hoge Raad heeft op 19 december 2025 geoordeeld over de ontvankelijkheid van dit beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels op 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling daarvan. Deze brief is door Bartels afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hier heeft Bartels geen gebruik van gemaakt. Hierdoor heeft de Hoge Raad, op basis van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door vice-president J.A.R. van Eijsden en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, en is openbaar uitgesproken op 19 december 2025.