Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor moord gepleegd in 2020 te Oostburg door het wurgen van een ander, gevolgd door het verbergen van het lijk in de winkel van het slachtoffer. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld, waarbij de procureur-generaal de gelegenheid kreeg een advies uit te brengen. Het beroep werd echter als duidelijk kansloos beoordeeld. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 18 februari 2025. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof blijft staan.