ECLI:NL:HR:2025:209

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
23/00943
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 10a.1.3 OpiumwetArt. 10.4 Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak medeplegen productie amfetamine

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine in meerdere locaties. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor stoffen in Roermond, maar het hof sprak hem wel schuldig voor andere locaties.

De verdachte stelde een bewijsklacht in over de aanwezigheid van stoffen in een loods in Lomm en de vraag of deze stoffen al aanwezig waren voorafgaand aan transport. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee blijft het hofarrest in stand, waarmee de veroordeling voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot amfetamineproductie bevestigd wordt.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest met veroordeling voor medeplegen in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00943
Datum11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 februari 2023, nummer 20-003282-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.H.M. Handring, advocaat in Venlo, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2025.