Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake een klaagschrift over beslag op een horloge. De Duitse autoriteiten hadden een beslag gelegd, waarna de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaarde omdat het niet binnen drie maanden na het einde van de vervolging was ingediend, conform artikel 552a lid 3 Sv.
De Hoge Raad onderzocht of het beslag op het horloge was geëindigd door teruggaaf aan klager na een zekerheidsstelling, zoals bedoeld in artikel 118a lid 1 Sv. Uit de ingewonnen informatie bleek dat de zekerheidsstelling was verrekend met een openstaand bedrag van een confiscatiebevel van Duitse autoriteiten, waardoor het voorwerp aan klager was teruggegeven.
De Hoge Raad concludeerde dat het beslag daarmee was beëindigd en dat het klaagschrift te laat was ingediend, waardoor klager niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en nam het cassatieberoep niet in behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het klaagschrift.