ECLI:NL:HR:2025:247

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
24/02714
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en hiervoor termijnen gesteld. Ondanks de ontvangst van deze aanmaningen heeft de indiener het griffierecht niet voldaan en geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit te verklaren.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de voorzitter en raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02714
Datum14 februari 2025
ARREST
op het door A.F.M.J. Verhoeven ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024, nr. BRE 23/2814 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 17 augustus 2024 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 18 september 2024 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.