ECLI:NL:HR:2025:247
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en hiervoor termijnen gesteld. Ondanks de ontvangst van deze aanmaningen heeft de indiener het griffierecht niet voldaan en geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit te verklaren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de voorzitter en raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht.