ECLI:NL:HR:2025:249
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Hoewel de brief door belanghebbende is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
De griffier plaatste vervolgens een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarin belanghebbende werd verzocht mee te delen waarom het griffierecht niet was betaald. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 14 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.