ECLI:NL:HR:2025:250
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens onbevoegdheid gemachtigde
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven namens [X] B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Bij het indienen van het beroepschrift is een machtiging overgelegd die echter niet duidelijk maakte dat de ondertekenaar bevoegd was om namens [X] B.V. op te treden. De Hoge Raad heeft de indiener verzocht aanvullende stukken te overleggen waaruit deze bevoegdheid bleek, maar deze stukken voldeden niet aan de vereisten.
Hierdoor concludeerde de Hoge Raad dat de gemachtigde niet bevoegd was om het beroep in cassatie namens [X] B.V. in te stellen. Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid gemachtigde.