ECLI:NL:HR:2025:251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid gemachtigde
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven namens [X] B.V. een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Bij het beroepschrift was een machtiging overgelegd, maar uit de stukken bleek niet dat degene die de machtiging had ondertekend bevoegd was dit namens [X] B.V. te doen.
De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken aanvullende stukken te overleggen waaruit de bevoegdheid van de ondertekenaar van de machtiging bleek. De overgelegde stukken voldeden echter niet aan deze eis.
Daarom concludeert de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie namens [X] B.V. in te stellen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad legt geen proceskosten op en spreekt het arrest uit in het openbaar op 14 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bewijs van bevoegdheid van de gemachtigde.