ECLI:NL:HR:2025:301

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
24/02723
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141.1 SrArt. 359.2 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging na ruzie in café

De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging gepleegd op straat na een ruzie in de rokersruimte van een café. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof Amsterdam heeft dit vonnis vernietigd en de verdachte veroordeeld.

In cassatie stelde de verdediging dat niet bewezen kon worden dat de verdachte de persoon was die als dader was aangeduid. De Hoge Raad heeft dit middel beoordeeld en geoordeeld dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het is afgeweken van het standpunt van de verdediging. Daarbij speelde mee dat de verbalisanten de verdachte ambtshalve kennen, waardoor de herkenning holistisch plaatsvindt.

De Hoge Raad concludeert dat de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd is en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 18 februari 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor openlijke geweldpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02723
Datum18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, nummer 23-000166-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de persoon is die is aangeduid als NN1, althans dat de bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2025.