ECLI:NL:PHR:2025:6
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging op Zeedijk Amsterdam
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging tegen twee slachtoffers op de Zeedijk in Amsterdam op 22 juli 2016. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 200 uur op. De bewezenverklaring steunde op camerabeelden, verklaringen van verbalisanten die de verdachte herkenden, en getuigenverklaringen.
In cassatie stelde de verdediging dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte de persoon was die op de camerabeelden te zien was en dat het hof onterecht de ernst van het letsel had meegewogen bij de strafoplegging terwijl de verdachte was vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid van art. 141 lid 2 Sr Pro.
De procureur-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. Het hof had de herkenning van de verdachte op camerabeelden door twee ambtenaren die hem ambtshalve kenden, voldoende gemotiveerd en het gebruik van verklaringen van een medeverdachte was ook terecht. De strafmotivering was niet innerlijk tegenstrijdig; het hof mocht de ernst van het letsel meewegen zonder het hogere strafmaximum toe te passen, aangezien niet vaststond dat de verdachte zelf het letsel had toegebracht.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep; hofveroordeling voor openlijke geweldpleging blijft in stand met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.