ECLI:NL:HR:2025:306
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake inkomstenbelastingaanslagen 2017 en 2018
Belanghebbende heeft in hoger beroep geprocedeerd tegen de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2017 en 2018 die door de Staatssecretaris van Financiën zijn opgelegd. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in juni 2024 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij het hoger beroep van belanghebbende werd behandeld.
Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 21 februari 2025 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vice-president en twee raadsheren het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.