Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die tijdens de COVID-19 lockdown een bericht plaatste in een besloten Telegramgroep waarin hij anderen aanzette tot geweld tegen de minister-president. Hij werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens opruiing op grond van artikel 131 lid 1 Sr Pro. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het plaatsen van het bericht in een besloten groep niet als 'in het openbaar' kon worden aangemerkt, wat een essentieel bestanddeel is van het delict.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad bevestigde daarmee de uitleg dat ook een bericht in een besloten Telegramgroep als openbaar kan worden beschouwd in het kader van opruiing.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Buruma en Trotman. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor opruiing blijft in stand.