ECLI:NL:HR:2025:312

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
23/04570
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 131 lid 1 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafbaarheid opruiing via besloten Telegramgroep tijdens lockdown

De zaak betreft een verdachte die tijdens de COVID-19 lockdown een bericht plaatste in een besloten Telegramgroep waarin hij anderen aanzette tot geweld tegen de minister-president. Hij werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens opruiing op grond van artikel 131 lid 1 Sr Pro. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het plaatsen van het bericht in een besloten groep niet als 'in het openbaar' kon worden aangemerkt, wat een essentieel bestanddeel is van het delict.

De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad bevestigde daarmee de uitleg dat ook een bericht in een besloten Telegramgroep als openbaar kan worden beschouwd in het kader van opruiing.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Buruma en Trotman. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor opruiing blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04570
Datum11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 november 2023, nummer 22-002066-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 maart 2025.