Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 februari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding tegen Alpbacher Bergbahn Gesellschaft m.b.H. & Co. KG, exploitant van een skigebied in Oostenrijk, naar aanleiding van een dodelijk skiongeval. De rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelden dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 17 lid 1 sub c van Pro Verordening Brussel I-bis.
Eisers stelden hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om nadere motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Alpbacher Bergbahn. Hiermee blijft de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in deze internationale privaatrechtelijke kwestie gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Nederlandse rechter blijft bevoegd.