ECLI:NL:GHARL:2023:8700
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij vordering tegen Oostenrijkse exploitant skigebied na skiongeval
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over vorderingen van de familie van een slachtoffer dat is overleden bij een skiongeval in Oostenrijk, tegen de exploitant van het skigebied gevestigd in Oostenrijk. De familie vordert schadevergoeding wegens aansprakelijkheid van de exploitant op grond van contractbreuk en onrechtmatige daad.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en de familie ging in hoger beroep. Het hof toetst de bevoegdheid aan de hand van Verordening Brussel I-bis en concludeert dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is. De exploitant ontplooit geen commerciële activiteiten in Nederland en richt zich ook niet op Nederlandse consumenten, zoals vereist voor de uitzondering op de hoofdregel van artikel 4.
Ook de bijzondere bevoegdheidsgronden voor verbintenissen uit overeenkomst en onrechtmatige daad bieden geen grond voor Nederlandse bevoegdheid, omdat de schade en het schadebrengende feit zich in Oostenrijk bevinden. Het hof wijst het hoger beroep af en veroordeelt de familie tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is niet bevoegd en het hoger beroep wordt afgewezen met veroordeling van de familie in de proceskosten.