ECLI:NL:HR:2025:342
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
Deze brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier de indiener op 3 januari 2025 via het digitale dossier en een e-mailbericht in de gelegenheid gesteld om te reageren op de niet-betaling van het griffierecht. De indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is uitgesproken op 28 februari 2025 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.