ECLI:NL:HR:2025:376

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
23/04765
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 321 SrArt. 311.1 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep strafzaak verduistering en medeplegen diefstal

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023 in een strafzaak tegen verdachte wegens verduistering en medeplegen diefstal met een valse sleutel.

Het hof had de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat volgens het hof geen schriftuur houdende grieven was ingediend door of namens verdachte. De verdediging betoogde dat er wel degelijk schriftuur met grieven was ingediend, maar dat het hof hieraan geen acht had geslagen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat geen grieven waren ingediend. Dit blijkt uit bij het cassatieschriftuur gevoegde e-mail van de raadsman met de appelschriftuur. Hierdoor is het oordeel van het hof niet begrijpelijk en wordt het arrest vernietigd.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing op het hoger beroep. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een zorgvuldige ontvankelijkheidstoets en het respecteren van ingediende grieven.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04765
Datum11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023, nummer 21-001605-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 maart 2025.