ECLI:NL:HR:2025:378
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring cassatie tegen navorderingsaanslag eigenwoningschuld 2016
Belanghebbende had in 2016 een aflossingsvrije hypothecaire lening die op 31 december 2012 deel uitmaakte van zijn eigenwoningschuld. In zijn aangifte gaf hij deze lening aan als schuld in box 3, wat tot een lagere aanslag leidde. De Inspecteur legde echter een navorderingsaanslag op waarbij de lening werd aangemerkt als eigenwoningschuld in box 1, gebaseerd op het overgangsrecht van artikel 10bis.1 Wet IB 2001.
De Rechtbank Den Haag oordeelde dat de lening terecht als eigenwoningschuld moest worden aangemerkt omdat deze vóór 2013 was aangegaan en het overgangsrecht van toepassing was. Belanghebbende stelde in cassatie dat de rangorderegeling en het overgangsrecht onjuist waren toegepast en dat sprake was van discriminatie in strijd met EVRM en IVBPR.
De Hoge Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat de fiscale wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft om het overgangsrecht te beperken tot op 31 december 2012 bestaande eigenwoningschulden. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.