ECLI:NL:HR:2025:381
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over proceskostenvergoeding
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de vergoeding van kosten in verband met de behandeling van een bezwaar.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder zag de Hoge Raad geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.