ECLI:NL:HR:2025:382
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over proceskostenvergoeding
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch die het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de vergoeding van kosten in verband met de behandeling van een bezwaar bij de Belastingdienst.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft dit arrest zonder nadere motivering bevestigd, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.