ECLI:NL:HR:2025:401
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring arrest Hoge Raad wegens ontbrekende cassatiegronden en voortzetting procedure
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier wees belanghebbende op 12 november 2024 erop dat het beroepschrift geen gronden bevatte, met een hersteltermijn van zes weken.
Op 7 februari 2025 verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van cassatiegronden. Later bleek echter dat de gronden op 5 december 2024 wel tijdig waren ontvangen, maar niet in het digitale dossier waren opgenomen.
Daarom werd het arrest van 7 februari 2025 vervallen verklaard. De Hoge Raad besloot de procedure voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het vervallen verklaarde arrest, zodat de zaak verder behandeld kan worden zonder nadere vertraging.
Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Faase (voorzitter), Cools en Peters op 14 maart 2025.
Uitkomst: Het arrest van 7 februari 2025 is vervallen verklaard en de procedure wordt voortgezet in de oorspronkelijke stand.