Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 1.020
€ 183.581
€ 50.000
€ - 4.876
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) over 2017, zowel over de tijdigheid van oplegging als over de hoogte van de aanslag. De Inspecteur had uitstel verleend voor het indienen van de aangifte, waardoor de aanslagtermijn werd verlengd. Belanghebbende stelde dat hij het uitstel had ingetrokken, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het Hof oordeelde dat de aanslag tijdig was opgelegd binnen de verlengde termijn. Subsidiair behandelde het Hof de bezwaren tegen diverse correcties op de winst uit onderneming, waaronder effecten op de balans, privégebruik auto, kantoorruimte, kosten verwerving klanten, zelfstandigenaftrek, en de terbeschikkingstelling van vermogen aan een BV van zijn kinderen. De meeste bezwaren werden afgewezen vanwege onvoldoende bewijs of omdat de correcties in lijn waren met de wet- en regelgeving.
De terbeschikkingstelling werd als ongebruikelijk aangemerkt, waardoor het inkomen uit deze lening als resultaat uit overige werkzaamheden werd belast. Ook de interne compensatie werd toegepast, waarbij werkzaamheden voor de BV zonder vergoeding werden meegenomen. Het Hof concludeerde dat de aanslag niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en ZVW 2017 worden gehandhaafd.