Uitspraak
1.Verder procesverloop in cassatie
2.De gestelde prejudiciële vragen
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
18 maart 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft in dit arrest het verzoek om prejudiciële beslissing aan het Hof van Justitie van de Europese Unie ingetrokken, nadat recente uitspraken van het Hof in zaken La Quadrature du Net II en Tribunale di Bolzano waren gepubliceerd. Deze uitspraken bevestigen het beslissingskader dat de Hoge Raad eerder had geformuleerd in HR:2022:475.
De zaak betreft de voorwaarden waaronder overheidsinstanties toegang kunnen krijgen tot verkeers- en locatiegegevens van gebruikers van communicatiediensten, met name in het kader van strafrechtelijk onderzoek. De Hoge Raad bespreekt drie prejudiciële vragen over de toepasselijkheid van Richtlijn 2002/58/EG en de definitie van ernstige strafbare feiten.
De Hoge Raad oordeelt dat toegang tot uitsluitend identificerende gegevens geen voorafgaand rechterlijk of onafhankelijk bestuurlijk toezicht behoeft, maar dat voor toegang tot uitgebreidere verkeers- en locatiegegevens een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris vereist is. Dit is in lijn met het evenredigheidsbeginsel en de bescherming van grondrechten zoals het recht op privacy.
De rechtbank Gelderland had eerder een machtiging verleend voor het vorderen van verkeers- en locatiegegevens in een zaak van gekwalificeerde diefstal, waarbij de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank bevestigt. Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de huidige wettelijke regeling en het toetsingskader worden bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat voorafgaand rechterlijk toezicht vereist is voor toegang tot uitgebreide verkeers- en locatiegegevens.