ECLI:NL:HR:2025:448

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
23/03993
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Sr (oud)Art. 342.2 SvArt. 359.2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en verwerpt cassatie in verkrachtingszaak

In deze zaak stond een verkrachtingszaak centraal waarbij verdachte in eerste aanleg werd vrijgesproken. Het gerechtshof Den Haag verklaarde verdachte vervolgens mede bewezen wat hij die avond/nacht zou hebben gezegd tegen de aangeefster, hoewel het hof een kennelijke misslag maakte door deze woorden in de bewezenverklaring te laten staan. De Hoge Raad leest dit echter verbeterd.

De verdediging voerde aan dat de verklaring van een getuige een ontoelaatbare gissing bevatte, maar de Hoge Raad oordeelt dat de getuige slechts een gelaatsuitdrukking beschreef, wat geen gissing is. Daarnaast is het bewijsminimum van art. 342.2 Sv (unus testis) volgens het hof voldoende onderbouwd en niet onbegrijpelijk gemotiveerd.

De verdediging wees op discrepanties in de verklaringen van de aangeefster, maar deze betroffen geen directe inconsistenties met de gedragingen en waren plausibel binnen het scenario van schuld. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03993
Datum25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 oktober 2023, nummer 22-000663-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen klagen over de bewezenverklaring.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 maart 2025.