ECLI:NL:HR:2025:452

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
24 maart 2025
Zaaknummer
23/01302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f.1.1 SrArt. 326.1 SrArt. 243 Sr (oud)Art. 4.3.6.3 Procesreglement Hoge Raad
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken schriftelijk verzoek tot horen getuige in hoger beroep mensenhandel en medeplegen

In deze strafzaak betrof het een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor mensenhandel, medeplegen van oplichting en medeplegen van seksueel binnendringen bij een vrouw in verminderd bewustzijn. In hoger beroep werd op 9 maart 2023 een verzoek tot het horen van een getuige, de benadeelde, op schrift gesteld en mondeling ingediend.

Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, ontbrak dit schriftelijke verzoek. Na navraag bij het hof bleek dat het verzoek niet meer beschikbaar is. Hierdoor kon de Hoge Raad niet beoordelen wat de verdediging precies had aangevoerd ter onderbouwing van het verzoek en of het hof de afwijzing van dit verzoek voldoende had gemotiveerd.

De Hoge Raad oordeelde dat dit een schending van het recht op een behoorlijke procesgang inhoudt en vernietigde daarom het arrest van het hof, maar alleen voor de beslissingen over de tenlasteleggingen en de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing over deze punten. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van het schriftelijk verzoek tot het horen van een getuige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01302
Datum25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2023, nummer 23-002827-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde, de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de [benadeelde] , tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2023 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat een op schrift gesteld en op die terechtzitting overhandigd en voorgedragen verzoek tot het horen van [benadeelde] als getuige, zich niet bij de stukken bevindt.
2.2
Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt onder meer in:
“De raadsman van de verdachte overhandigt een op schrift gesteld verzoek en draagt dit voor, kort gezegd inhoudende het verzoek tot het horen van de getuige [benadeelde] .”
2.3
Het op schrift gestelde verzoek dat in het proces-verbaal van deze terechtzitting is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat dit op schrift gestelde verzoek niet meer beschikbaar zal komen. Daardoor is niet duidelijk wat de verdediging heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar verzoek tot het (opnieuw) horen van de getuige en of de afwijzing van het verzoek door het hof toereikend is gemotiveerd. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 maart 2025.