ECLI:NL:HR:2025:459
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en belastingrente
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 maart 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 tot en met 2017 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.