Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een bedreiging op 10 juli 2017 tegen de ex-partner van de verdachte, waarbij de verklaring van een inmiddels overleden getuige (buurman) werd gebruikt als bewijsmiddel. De verdediging stelde dat het gebruik van deze verklaring in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, omdat zij geen ondervragingsrecht had kunnen uitoefenen ten aanzien van deze getuige.
Het hof had de verklaring van de getuige als ondersteunend bewijs gebruikt naast de aangifte van de aangeefster en andere bewijsmiddelen zoals een ingesproken geluidsfragment, herhaalde belpogingen van de verdachte en WhatsApp-berichten. De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van ondervragingsrecht niet leidt tot bewijsuitsluiting indien de verklaring niet doorslaggevend is en het proces als geheel eerlijk is verlopen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar verbindt hieraan geen verdere rechtsgevolgen gezien de lichte straf. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt bewezenverklaring bedreiging met gebruik van verklaring overleden getuige als ondersteunend bewijs.