ECLI:NL:HR:2025:495

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
23/01436
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onrechtmatige afstandsverklaring aanwezigheidsrecht verdachte

In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof onder meer de vraag of de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn. Het hof had geoordeeld dat de verdachte dit recht had prijsgegeven op basis van een afstandsverklaring.

De advocaat-generaal stelde in zijn conclusie dat de handtekening op de afstandsverklaring niet overeenkwam met eerdere handtekeningen van de verdachte en dat een e-mailbericht van de penitentiaire inrichting bevestigde dat de afstandsverklaring niet door de verdachte was ondertekend. Hierdoor was het oordeel van het hof onjuist.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest van het hof. De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij het aanwezigheidsrecht van de verdachte correct moet worden gewaarborgd.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het zorgvuldig toetsen van afstandsverklaringen en het beschermen van fundamentele procesrechten van verdachten in strafzaken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting vanwege onrechtmatige afstandsverklaring van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01436
Datum1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2023, nummer 21-003675-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 april 2025.