Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
unequivocalblijken. [2]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf dagen gevangenisstraf wegens bedreiging. Tijdens de hogerberoepszitting was de verdachte afwezig, waarbij het hof oordeelde dat hij vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De raadsman van verdachte betwistte dit en bracht naar voren dat de afstandsverklaring niet door verdachte was ondertekend.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad onderzocht de handtekeningen en concludeerde dat de afstandsverklaring niet door verdachte was ondertekend. Daarnaast bleek uit een e-mail van de penitentiaire inrichting dat een verkeerde afstandsverklaring was gebruikt vanwege verwisseling van gedetineerden met dezelfde naam.
Hierdoor is het recht van verdachte op aanwezigheid bij de zitting, zoals afgeleid uit art. 6 EVRM Pro, geschonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling. De raadsman mocht vertrouwen op de mededeling van het hof dat afstand was gedaan, waardoor geen verzoek om aanhouding werd gedaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling wegens onduidelijke afstandsverklaring aanwezigheidsrecht.