Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
8 april 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor belaging van een vrouw die met hem in hetzelfde koor zingt. Hij stuurde haar en haar dochter gedurende ruim een maand meer dan twintig sms- en e-mailberichten met als doel haar te dwingen niet meer naar het koor te gaan. De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het hof veroordeelde hem wegens stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met het oogmerk te dwingen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van stelselmatige inbreuk en dat het oogmerk onvoldoende was vastgesteld. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat het gedrag van verdachte als stelselmatig kon worden aangemerkt en dat het oogmerk uit de berichten bleek.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van honderd uur en de vervangende hechtenis van vijftig dagen moesten worden verminderd. De Hoge Raad vernietigde het deel van het hofarrest over de strafmaat en bepaalde dat de taakstraf 95 uur bedraagt, met een vervangende hechtenis van 47 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 95 uur en de vervangende hechtenis tot 47 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep voor het overige verworpen.