Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 april 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in een woning, waarbij diverse goederen zijn weggenomen van meerdere benadeelden. De benadeelden vorderden schadevergoeding, waaronder kosten voor geestelijke gezondheidszorg en eigen risico van zorgverzekering in verband met EMDR-therapie.
Het hof kwalificeerde deze kosten als materiële schade (vermogensschade) die rechtstreeks door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is toegebracht. De vorderingen voor immateriële schade werden afgewezen omdat de benadeelden onvoldoende concrete gegevens hadden aangevoerd om een aantasting in de persoon aan te tonen zoals vereist onder artikel 6:106 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de toewijzing van de materiële schadevergoeding en de oplegging van schadevergoedingsmaatregelen niet berusten op een onjuiste rechtsopvatting en voldoende zijn gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling en schadevergoedingsmaatregelen ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met toewijzing van materiële schadevergoeding blijft in stand.