Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:505

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
23/02199
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 141 lid 1 SrArt. 284 lid 1 SrArt. 318 lid 1 SrArt. 126m Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak openlijke geweldpleging en medeplegen dwang en afdreiging

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, waarin hij werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging, medeplegen van dwang en medeplegen van afdreiging. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarna de raadsman van de verdachte schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld, waaronder de vraag of het hof had moeten ingaan op de mogelijkheid dat bepaalde verkregen resultaten een ontlastend karakter konden hebben, de bewijsklacht omtrent de persoon die de bril van het slachtoffer sloeg, en de kwalificatie van het feit als afdreiging ondanks het ontbreken van bewijs dat het betrokken goed geheel of ten dele aan de verdachte of een derde toebehoorde.

De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en ziet geen aanleiding tot nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02199
Datum1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nummer 20-002547-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 april 2025.