Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon met de Albanese en Griekse nationaliteit aan Albanië wegens een voorgenomen moord in 2019. De rechtbank Limburg had het uitleveringsverzoek toegewezen, waarna de opgeëiste persoon in cassatie ging bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij was het niet nodig om de motivering te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid opriep, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het verzoek tot inwinnen van nadere informatie over de plaats waar de feiten zouden zijn gepleegd is in het kader van artikel 18.3.b van de Uitleveringswet en artikel 12.2.b van het EUV besproken, maar dit leidde niet tot een andere uitkomst. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bevestigt daarmee de uitleveringsuitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank blijft in stand.