ECLI:NL:HR:2025:521
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 november 2024. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep beoordeeld. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd echter wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone brief naar het adres van belanghebbende verzonden.
Het griffierecht werd niet voldaan. Hierop stuurde de griffier opnieuw een aangetekende brief met het verzoek om opgave van redenen voor het niet betalen van het griffierecht, die eveneens wegens onbestelbaarheid werd geretourneerd en daarna per gewone brief werd verzonden. Belanghebbende reageerde niet op deze verzoeken.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 4 april 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.