Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
(i) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2023 houdt onder meer in:
3.Beslissing
8 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2023, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd behandeld. De betrokkene was op de zitting van 7 april 2023 wegens lichamelijke klachten niet aanwezig, hetgeen door zijn raadsman aan het hof werd gemeld. Het hof schorst daarop het onderzoek tot 17 mei 2023.
Volgens artikel 432 lid 1 onder Pro c jo. 511h Sv moet een cassatieberoep worden ingesteld binnen 14 dagen na de einduitspraak, indien de betrokkene tevoren bekend was met de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting. Uit het proces-verbaal blijkt dat de betrokkene op 7 april 2023 bekend was met de zittingsdatum en dat het onderzoek voor bepaalde tijd is geschorst.
De betrokkene stelde het cassatieberoep echter pas op 27 oktober 2023 in, ruim na de termijn van 14 dagen na de einduitspraak van 17 mei 2023. Hierdoor verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en neemt het niet in behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.