De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen twee personen. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor geweld tegen één slachtoffer en vrijgesproken voor het andere. In hoger beroep werd de vraag gesteld of het hof het tenlastegelegde als één feit moest beschouwen, waardoor het gehele tenlastegelegde aan het hof kon worden voorgelegd.
De verdediging stelde dat er sprake was van een impliciete cumulatieve tenlastelegging, waardoor de vrijspraak voor het tweede slachtoffer een beschermde vrijspraak was en het hof in hoger beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor dat deel. Het hof oordeelde echter dat het feit van openlijke geweldpleging primair de openbare orde beschermt en dat het tenlastegelegde als één feit moet worden gezien, ondanks de verschillende geweldshandelingen tegen twee slachtoffers.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat een meervoud van gedragingen niet automatisch leidt tot meervoudige kwalificatie van het feit. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.