ECLI:NL:HR:2025:54

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
24/01405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 57 lid 3 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep curator inzake verkoop verpande goederen in faillissement

In deze zaak stond centraal of een curator in faillissement aanspraak kan maken op de opbrengst van verpande goederen wanneer de vordering van de ontvanger wegens boedelkosten niet kan worden voldaan. De curator had tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld tegen [beheer] B.V., die niet is verschenen in cassatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de curator niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het beroep is verworpen en de curator is veroordeeld in de kosten van het geding, die aan de zijde van [beheer] nihil zijn begroot. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vier raadsheren, in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide op 10 januari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01405
Datum10 januari 2025
ARREST
In de zaak van
Arjen Johan Adriaan Maria VAN HAANDEL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
[beheer] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [beheer],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/369702 / HA ZA 21-256 van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juli 2021 en 29 juni 2022;
b. het arrest in de zaak 200.316.813/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 januari 2024.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [beheer] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [beheer] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
10 januari 2025.