ECLI:NL:HR:2025:572

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2025
Publicatiedatum
12 april 2025
Zaaknummer
23/00014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b.1 SrArt. 350.1 SrArt. 262.1 SrArt. 359.3 SvArt. 342.2 Sv
Verwijzingen
11 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf na overschrijding redelijke termijn in zaak belaging, vernieling en laster

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake belaging, vernieling van een auto en laster. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan de duur onderwerp van discussie was.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend met betrekking tot de strafduur, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten onvoldoende waren voor vernietiging en dat het niet nodig was deze te motiveren.

Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, werd ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf opgelegd. De straf werd verminderd tot vijf maanden en drie weken. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 15 april 2025.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00014
Datum15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 december 2022, nummer 20-001087-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.Y. Taekema bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur
van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijf maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2025.