Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
Dat oordeel van het hof geeft ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het bestanddeel ‘in zijn bediening’ zoals bedoeld in artikel 363 lid Pro 1, aanhef en onder 3°, (oud) Sr. In dat verband is van belang dat de contacten van de verdachte met de slachtoffers steeds voortkwamen uit zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder die de slachtoffers bezocht teneinde openstaande schulden in te vorderen, en dat de verdachte die slachtoffers telkens in dat verband om seksuele diensten heeft gevraagd in ruil voor voordelen die bestonden uit hetzij directe vermindering van die schulden, hetzij geld om die schulden te voldoen. Dat denkbaar is dat de verdachte ook aan een persoon die hij niet bezocht als gerechtsdeurwaarder en/of die niet in zo’n schuldpositie verkeerde had kunnen vragen of deze bereid zou zijn seksuele diensten te verrichten in ruil voor geld, ontneemt aan de door het hof vastgestelde context van de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte niet dat deze hier hebben plaatsvonden ‘in zijn bediening’.
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
22 april 2025.