ECLI:NL:HR:2025:60

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
22/04675
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 41 lid 1 SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens noodweer in militaire mishandelingszaak bevestigd door Hoge Raad

In deze militaire strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling onder art. 300 lid 1 Sr Pro. De rechtbank sprak verdachte vrij op grond van noodweer. Het hof bevestigde deze vrijspraak en oordeelde dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de aangever door de vriend van verdachte.

De Hoge Raad onderzocht in cassatie of het hof terecht had geoordeeld dat er sprake was van noodweer en of verdachte uit putatief noodweer had gehandeld. De Hoge Raad concludeerde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het cassatieberoep geen nieuwe feitelijke beoordeling kon rechtvaardigen.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar vond dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde taakstraf. Het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak gehandhaafd.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens noodweer en verwerpt het cassatieberoep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04675 M
Datum14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, militaire kamer, van 1 december 2022, nummer 21-000592-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

2.1
Het eerste en het tweede cassatiemiddel komen met verschillende klachten op tegen de verwerping door het hof van het beroep op noodweer.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van dertig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025.