ECLI:NL:HR:2025:606
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op 10 oktober 2024 in een belastingrechtelijke zaak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep getoetst en de klachten over het hofvonnis beoordeeld. Na advies van de procureur-generaal oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. De vraag of het niet betalen van het griffierecht verschoonbaar was, liet de Hoge Raad in het belang van proceseconomie buiten beschouwing.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 17 april 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.