Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het tiende cassatiemiddel
3.Beoordeling van het elfde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
14 januari 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens belaging van zijn ex-partner en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd bestaande uit een gebiedsverbod en een contactverbod, beide met een duur van twee jaar. Voor het niet naleven van deze verplichtingen werd vervangende hechtenis van zeven dagen per overtreding opgelegd, met een maximale totale duur van zes maanden.
In cassatie stelde de verdachte dat het hof ten onrechte de duur van de vervangende hechtenis voor beide afzonderlijke verplichtingen had opgeteld, waardoor de totale duur van twaalf maanden zou ontstaan, wat in strijd zou zijn met artikel 38w Sr. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het gaat om één vrijheidsbeperkende maatregel met meerdere verplichtingen, waarbij de maximale duur van vervangende hechtenis zes maanden bedraagt.
Verder constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar zag hiervan af om een ander rechtsgevolg te verbinden. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de verdachte geen belang had bij het middel. Hiermee bleef de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt oplegging gebieds- en contactverbod met vervangende hechtenis maximaal zes maanden.