ECLI:NL:HR:2025:615
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024 behandeld. De griffier heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en hiervoor een termijn gesteld.
Ondanks de ontvangstbevestiging van deze brieven heeft de indiener het griffierecht niet voldaan en ook niet gereageerd op de uitnodiging om een verklaring te geven voor het niet betalen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 17 april 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.