ECLI:NL:HR:2025:626

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
23/01748
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 134.2.a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake beslag op auto na ongeldigverklaring rijbewijs

De klager had een klaagschrift ingediend tegen een beslag op zijn auto dat was gelegd na de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. De rechtbank Gelderland had het klaagschrift ongegrond verklaard, maar in een strafvonnis was later beslist tot teruggave van de auto aan de klager.

De advocaat-generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de beslissing over het beslag in het strafvonnis betekende dat de klager geen belang meer had bij het beroep tegen de eerdere beschikking. De Hoge Raad volgde deze conclusie en nam het cassatieberoep niet in behandeling.

De beslissing benadrukt dat een beslissing over het beslag in een strafzaak een definitief oordeel inhoudt, waardoor geen andere beslissing op het klaagschrift kan volgen. Hierdoor is het beroep van de klager niet ontvankelijk verklaard.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. Het vonnis is op 22 april 2025 gewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang na teruggave van de auto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01748 B
Datum22 april 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 13 april 2023, nummer RK 23/001954, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat M. van Viegen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 april 2025.