Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
22 april 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond een arbeidsongeval centraal waarbij een werknemer om het leven kwam door het gebruik van een afgekeurde en versleten heftruck bij het bouwen van een muur met zware betonblokken. De verdachte, een rechtspersoon, werd beschuldigd van opzettelijke overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en dood door schuld.
De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het gerechtshof oordeelde dat de vennootschap aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig had gehandeld, waardoor de dood van de werknemer mede aan haar schuld was toe te schrijven. Het hof legde een geldboete op.
In cassatie werden de bewijsklachten en het oordeel van het hof over schuld en opzet bestreden, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete van €60.000 naar €57.500.
De Hoge Raad vernietigde het hofsvonnis uitsluitend wat betreft de hoogte van de boete en bevestigde de rest van het arrest, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg en het oordeel over schuld bleven staan.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt schuld en opzet, vermindert geldboete wegens termijnoverschrijding tot €57.500.