ECLI:NL:HR:2025:695
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen gemeente Rotterdam
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 maart 2023, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen over het jaar 2020 werd behandeld.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.