ECLI:NL:HR:2025:705
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2024. Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief op 28 januari 2025 in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is door belanghebbende afgehaald en de termijn is na een gemotiveerd verzoek verlengd tot 25 maart 2025.
Belanghebbende heeft echter geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. De Hoge Raad past daarom artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.