ECLI:NL:HR:2025:714
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken hiervoor. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. De griffier plaatste daarop een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving per e-mail, waarin belanghebbende werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 2 mei 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.