ECLI:NL:HR:2025:765

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
23/04768
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 302 lid 1 SrArt. 45 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging zware mishandeling met personenauto

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling door meerdere keren met een personenauto in te rijden op aangevers. Het hof oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in over het gebruik van zijn verklaring, waarin hij stelde op een halve meter afstand te zijn gestopt en slechts de intentie had aangevers angst aan te jagen. De Hoge Raad beoordeelde deze klachten en concludeerde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad vond het niet nodig om de klachten nader te motiveren, omdat zij geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Kuiper op 20 mei 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest hof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04768
Datum20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2023, nummer 22-003628-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op 31 [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 mei 2025.