Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 mei 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling door meerdere keren met een personenauto in te rijden op aangevers. Het hof oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in over het gebruik van zijn verklaring, waarin hij stelde op een halve meter afstand te zijn gestopt en slechts de intentie had aangevers angst aan te jagen. De Hoge Raad beoordeelde deze klachten en concludeerde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad vond het niet nodig om de klachten nader te motiveren, omdat zij geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Kuiper op 20 mei 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest hof Den Haag blijft in stand.