ECLI:NL:HR:2025:798

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
21/02820
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432.1.b SvArt. 36b.1.3 SrArt. 36b.1.4 SrArt. 552f.6 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij vrijspraak en onttrekking dode dieren

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2021, waarin verdachte werd vrijgesproken van het thuis houden van dode gezelschapsdieren en onttrekking aan het verkeer van dode dieren (kittens, katten en konijn) werd opgelegd op grond van de Verordening dode gezelschapsdieren gemeente Almere.

Het cassatieberoep werd ingesteld op 29 juni 2021, ruim buiten de geldende 14-dagentermijn zoals bepaald in artikel 432 lid 1 sub b Sv Pro, omdat verdachte ten tijde van het vonnis aanwezig was. De verdediging voerde aan dat de onttrekking aan het verkeer in feite een beschikking was op grond van artikel 36b lid 1 sub 4 Sr, waardoor de termijn van artikel 552f lid 6 Sv zou gelden, die 14 dagen na betekening is. Echter bleek uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat deze redenering niet houdbaar is en dat de reguliere cassatietermijn van artikel 432 Sv Pro van toepassing blijft.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vanwege termijnoverschrijding. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee is het vonnis van de rechtbank in stand gebleven.

De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van cassatietermijnen en bevestigt dat vrijspraak met een gekoppelde onttrekking aan het verkeer niet leidt tot toepassing van een afwijkende cassatietermijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02820
Datum27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2021, nummer RK 15-012853-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 mei 2025.